Zoals de traditie voorschrijft maakte ik in aanloop naar 2026 een lijstje goede voornemens. Daarop prijkte eveneens traditioneel de wil om wat af te vallen. Nu zijn er tal van manieren om dat voor elkaar te krijgen, met als meest simpele: minder eten. Het afgelopen jaar kwam ik steeds vaker items tegen over watervasten. Ook niet helemaal toevallig, want kijk een keer een filmpje over dat onderwerp en de Zuckerbergs van de wereld laten je niet meer met rust. Na nog de nodige wetenschappelijke bronnen erover te raadplegen (en een aflevering van Pointer), besloot ik er op 1 januari mee te starten, ten minste drie dagen, liefst vier. Of nee, dat was niet het zetje. Dat werd gegeven door m'n vriendin die zei dat ik het niet zou kunnen volhouden. Challenge accepted.
Naarmate 1 januari dichterbij kwam, ging het voor mij niet meer alleen om het proces van afvallen, maar ik werd ook nieuwsgierig: wat gebeurt er eigenlijk als je stopt met eten? Let wel, ik stopte dus niet met water drinken. Er was genoeg water. Zo veel water. En 's ochtends een kop zwarte koffie. Daarna weer water. Water, water, water. Het is op dit punt misschien ook handig om op te merken dat ik niet geloof in alle YouTube-lulkoek van zelfverklaarde fitfluencers en andere kwakzalvers die liegen dat je een lichaam kan "detoxen" (daar hebben je nieren geen verdere hulp bij nodig) of dat je een lichaam kan "resetten". Wel geloof ik dat een langere periode van vasten wonderen kan doen voor vetverbranding. Het verbrandingssysteem van je lijf is namelijk een luie klootzak die simpelweg de makkelijkst mogelijke manier kiest om aan voedsel te komen. Dat is in eerste instantie suiker, wat het uit je schranspartijen haalt (en wat overblijft wordt omgezet in vet om als een kamelenbult rond je navel te wachten tot er een noodsituatie aanbreekt), daarna spieren, als laatste pas de blubber. En verder, zoals gezegd, was ik dus nieuwsgierig. Dit is hoe het verliep:
Dag 1
Op oudjaarsnacht ging ik om 3 uur 's nachts, na de laatste slok champagne, naar bed. Dat is officieel het moment waarop de vast inging. Om een uur of 10 stond ik weer op, dronk een glas water, liet de hond uit en plofte thuis weer neer met een kop koffie. Hier was niets bijzonders aan, dat is eigenlijk elke dag mijn routine, het tijdstip verschilt alleen van dag tot dag. Daarbij ben ik geen ontbijter (dat het de belangrijkste maaltijd van de dag is, was een marketingstunt van Kellogs in de hoop dat iedereen massaal aan de cornflakes ging). Dus sowieso tot voorbij het middaguur protesteerde m'n maag niet.
De eerste 24 uur zijn sowieso fysiologisch nogal saai. Je lichaam draait op deze eerste dag nog volop op glycogeen, opgeslagen glucose in lever en spieren; een soort interne snackla bedoeld voor kortdurende tekorten. Dit mechanisme wordt al decennia beschreven, onder andere door internist George Cahill, die vasten als overlevingsstrategie onderzocht.
Naarmate de dag vordert daalt je insuline (het hormoon dat opslag stimuleert) en je glucagon stijgt (het hormoon dat vrijgeven aanzet). In normale-mensentaal: het lichaam stopt met sparen en begint met gebruiken. Daar is niets spannends aan, datzelfde gebeurt wanneer je 's nachts slaapt, tot je de volgende dag weer begint met eten (breakfast, break-fast, snappie?).
Gedurende deze eerste dag voel ik wel honger op vaste tijden, m'n maag knort. Dat is niet omdat ik dreig om te vallen, maar omdat mijn lichaam gewend is aan bepaalde etenstijden. Dat wordt veroorzaakt door ghreline, een hongerhormoon dat piekt volgens je dagschema, niet volgens je noodsituatie. Deze eerste dag kom ik fluitend door. Ja, ik heb wel trek, vooral aan het einde van de dag en ik geef het toe, hoe verder de dag vordert kan ik alleen nog maar aan eten denken. Vooral vettig eten. Chips, patat, een Zingerburger van de KFC. Maar dat is de verslaving die van zich laat horen, m'n lijf zelf heeft van binnen eigenlijk nergens last van. Wel heb ik het koud en word ik er krankjorum van hoe vaak ik moet plassen.
Dag 2
Ik word op 2 januari vroeg wakker na een beroerde nachtrust. Opnieuw heeft dit niets te maken met een lege maag, maar met het constant moeten plassen. Een kleine prijs om te betalen voor dit experiment. Daarbij heb ik de eerste vier dagen van januari uitgekozen omdat ik de deur niet uithoef, behalve voor de wandelingen met de hond, en ik heb maar één werkdag: vandaag. Het valt me op dat ik niet echt hongerig ben. Wel ben ik lusteloos, moet ik m'n bril opzetten om scherp te zien (wat ik normaliter maar weinig doe) en voel ik een zwakke spierpijn, met name in m'n bovenbenen en schouders.
Heel vreemd is dat niet. Na ongeveer 24 uur is de glycogeenvoorraad op en schakelt de lever over op gluconeogenese, wat letterlijk betekent: glucose maken uit dingen die eigenlijk geen glucose zijn. Vooral aminozuren uit spierweefsel. Volgens de literatuur is dit ook het moment dat je adem een aceton-achtige geur af gaat geven. Dat klopt, het is een bijproduct van beginnende ketonproductie, wat betekent dat je lichaam vet gaat omzetten in alternatieve brandstof. Ik probeer die lucht voor te zijn door extra vaak m'n tanden te poetsen. M'n vriendin klaagt er geen moment over, dus ik denk dat het werkt.
In de loop van de dag worden m'n gedachten stroperiger. Andere bijwerkingen: mijn humeur is wisselvallig en ik overweeg meerdere keren existentiële ruzies met objecten op m'n pad waar ik te duf voor ben om even omheen te lopen. Dit is de fase die je favoriete fitfluencer op de socials overslaat. Een van deze figuren die ik in aanloop naar 1 januari tegenkwam zei zich nog nooit zo fit en helder te hebben gevoeld. I call bullshit. In studies naar voedselrestrictie wordt deze periode juist geassocieerd met slechtere cognitieve prestaties en stemmingsveranderingen, en zeker niet met een verscherpte focus of helderheid.
Wellness-gekkes noemen dit bijvoorbeeld een "detoxreactie". Dat woord heeft geen enkele medische definitie, maar wel het voordeel dat je niemand hoeft te vertellen dat je spieren tijdelijk worden aangevreten. Dat jaagt de gymbro's alleen maar weg.
Dag 3
Tussen de 48 en 72 uur gebeurt het echte werk. Nu zijn we hardcore bezig, baby. Het lichaam produceert nu voldoende ketonen (vet-afgeleide moleculen die de hersenen kunnen gebruiken als brandstof) waardoor de behoefte aan glucose daalt. Spierafbraak neemt af. Honger verdwijnt grotendeels. Tenminste, volgens de literatuur. Ik kan alleen nog maar aan eten denken en martel mezelf met TikTok-reels van recepten.
Een ander symptoom dat nu volgens de wetenschap moet intreden is je rustiger voelen. Zo kan je het noemen ja, ik voel me vooral een plantje. Een hongerig, hongerig plantje. Dankzij m'n hond zet ik wel m'n dagelijkse tienduizend stappen, maar halverwege die wandeling vandaag overweeg ik om gewoon maar een poosje op de grond te gaan zitten (wat ik natuurlijk niet doe). Dit is ook het punt waarop je volgens de geleerden "functioneel helder" wordt. Ik weet niet precies wat dat moet inhouden, maar behalve dat ik nog wel een soort van functioneer ben ik totaal niet helder. Ik verhaspel al m'n woorden, heb moeite om een serie te volgen en moet tijdens het lezen vaak even een paar zinnen terug omdat ik de informatie niet heb meegekregen.
Schrijven aan m'n manuscript lukt me niet. Ik voel geen enkele creativiteit meer. De stad waarin het verhaal zich speelt? Ik zie overal fastfoodketens en krokettenmuren. De protagonist? Lekker ingesmeerd op de barbecue, maiskolfje met boter erbij. Ik sla nog maar een dagje over.
In deze fase treedt ook autofagie op, wat inhoudt dat je cellen beschadigde onderdelen afbreken en hergebruiken, oftewel een soort interne recycling. Dat klinkt allemaal reuze gezond, maar ik ben er helemaal klaar mee. 's Avonds overweeg ik ermee te kappen. Ik wil eten en ik wil het nu. In plaats daarvan ga ik vroeg naar bed en hoop ik gewoon in slaap te vallen zodat ik in elk geval niet meer aan eten denk.
Dag 4
Wanneer ik 's ochtends wakker word is het hongergevoel weg. Voor ik in slaap viel wist ik zeker dat ik direct na het opstaan wat zou gaan eten, maar ik geloof dat ik het nog even kan doortrekken. Na 72 uur vasten functioneert het lichaam coherent in vasttoestand. Het is nu de vetverbranding die domineert. Je ketonen zijn na dit punt stabiel verhoogd. Tegelijkertijd verdwijnen wel de buffers. Mijn bloeddruk is vermoedelijk laag. Bij het opstaan wordt ik licht in mijn hoofd. Elektrolyten (zouten als natrium en kalium, cruciaal voor zenuwen en hart) vragen m'n aandacht. Die had ik natuurlijk als supplement moeten inslaan, maar zoals gewoonlijk heb ik niet aan een gedegen voorbereiding gedaan. Dan maar weer water drinken. En plassen. Steeds maar weer plassen.
Om 3 uur 's middags heb ik er precies 84 uur opzitten en besluit ik ermee te stoppen. Het is mooi geweest zo. Volgens de weegschaal ben ik 5 kilo afgevallen sinds die oudjaarsnacht en dat is mooi, en hé, zie ik daar een kaaklijn? Maar het moet wel gezond blijven. Zou ik de hele dag kunnen volmaken? Vast wel. Zou ik me miserabel voelen? Zeker weten.
Slot
Er mag weer gegeten worden, eindelijk. In de medische literatuur wordt gewaarschuwd voor het abrupt weer gaan eten na vasten, omdat dit metabole problemen kan geven, in extreme gevallen zelfs het zogeheten refeeding syndrome, waarbij er gevaarlijke verschuivingen plaatsvinden in de elektrolyten en je vochtbalans. Ik begin dus met een kleine kom lichte en voedzame soep. Later op de dag volgen nog wat eieren en groente. De dag sluit ik af met een beetje Griekse yoghurt en wat fruit.
Mijn 84 uur zonder voedsel bewijst helemaal niets groots, helaas. Ik heb geen enorme openbaringen gehad, geen diepe inzichten, geen licht dat vanuit een openbrekende hemel op me scheen en me een moment van volstrekte helderheid bezorgde. Ik had eigenlijk gewoon de hele tijd honger. Wel mis ik een behoefte aan vettigheid of suiker, twee zeer verslavende stoffen die om tal van redenen funest zijn voor je gezondheid. Ik ben niet gedetoxed (want, bullshit), maar kan het zijn dat ik wel ben afgekickt?
Helemaal bovenaan dit stuk schreef ik dat ik erg nieuwsgierig was naar wat het me zou brengen. Als ik er iets van heb geleerd is het dit: het menselijk lichaam is bewonderenswaardig flexibel, zuinig wanneer het moet, en evolutionair uitermate goed voorbereid op schaarste. En ook dat het heel naar is om de hele dag honger te hebben en dat het super irritant is om de. hele. dag. te moeten plassen.
Ben ik toch blij dat ik het heb gedaan? Als ik naar de weegschaal kijk en de afwezigheid van de drang om junkfood weg te schrokken wel. Zou ik het nog een keer doen of iemand aanraden het te doen? Absoluut niet.