Als tweede boek van 2026 sloeg ik Bonita Avenue open van Peter Buwalda. Dat boek stond al zo lang in de kast dat de pagina's inmiddels vergeeld zijn. Goedkoop papier dus, wat extra winstmarge betekent op een boek dat ooit, of misschien nog steeds wel, niet aan te slepen was. Dat was misschien ook wel de reden dat ik het boek jaren geleden wel al kocht, maar vervolgens liet staan. Gevoelig voor de hype, maar tegelijkertijd recalcitrant genoeg om het hype-boek zelf niet te willen lezen. En dus liet ik het staan. En toen nog wat langer. En vervolgens nog wat langer, want het is zo'n 560 pagina's dik en je moet ook je Goodreads-challenge halen, hè.

Maar goed, ik sloeg het open.

Tijdens het lezen raakte ik even afgeleid door een passage waarin een van de hoofdpersonen, Joni Sigerius, op volwassen leeftijd terugkeert in de straat (Bonita Avenue) waar ze als kind had gewoond. Die straat is in Oakland, in Californië. Buwalda schrijft:

Misschien omdat de bomen in de tuinen en langs de trottoirs groter waren dan toen, groener, voller, besefte ik met een zekere vertraging dat verder alles kleiner leek. Wat een prullig straatje.

Dat bracht me terug naar een paar jaar geleden toen ik tijdens een bezoek aan mijn geboortestad besloot om eens een kijkje te nemen op het adres waar ik zelf als klein kind had gewoond. Ik had er goede herinneringen aan. Grote woonkamer, ruime slaapkamer, riante tuin en voor de deur een brede straat waar we elke dag voetbalden, wat gewoon nog kon omdat er in die tijd (we hebben het hier over de jaren 80) gewoon een stuk minder auto's waren.

Maar wat een prullig straatje bleek het. Wat me direct opviel was dus dat het helemaal niet breed was. Er paste precies één auto tegelijk doorheen en die moest dan ook nog zijn best doen om de geparkeerde auto's aan de zijkant niet te schampen. En dat huis was ook een prullig huis. Niets van de buitenkant bood ook maar enig bewijs van een grote woonkamer, laat staan een ruime slaapkamer. Ik gluurde achterom en zag een postzegel van een tuin. Het hele huis maakte een extra trieste aanblik vanwege de om een of andere reden roze voordeur. Al het andere houtwerk van de kozijnen en de deuren was bij elk ander huis geel. En daar stak dan die ene roze voordeur tegen af, als een noodgedwongen vervangend portier voor je auto die je voor een tientje op de kop tikt bij een autosloop. Toen wij er woonden was ie niet roze, dat weet ik zeker.

Er kwamen ook een hoop andere herinneringen terug aan de straat. Zoals die keer dat we met een klein groepje piepschuim stonden los te schuren tegen de bakstenen van een woning verderop. Je moest toch wat als kind in de tijd voor internet en smartphones. De bewoonster van dat huis, waarvan iedereen wist dat ze wat "apart" was. Mevrouw samoeraizwaard noemden we haar, kon het niet appreciëren wat ertoe leidde dat we ons niet veel later moesten verschansen in onze postzegeltuin, de hoge schutting stevig dichtduwend met z'n allen. M'n moeder keek uit een van de slaapkamerramen en zei dat we ergens anders moesten gaan spelen, tot ze over de schutting keek en daar zag waarom we die nu woeste dame mevrouw samoeraizwaard noemden. Toen mochten we toch maar blijven staan.

Ik dacht ook aan een ander "apart" figuur in de straat. Die noemden we mevrouw 38-8. Zij woonde in een van de mini-flatjes midden in de straat waar verder vooral eengezinswoningen stonden. Wanneer we aan het voetballen waren stak ze haar hoofd uit het raam om te roepen dat we stil moesten doen, want ze was ziek. Ze had koorts, wel 38-8. Altijd. Ook gooide ze om de zoveel tijd kommetjes met water uit het raam. Alleen het water dan, niet de kommetjes ook. Ongevraagd riep ze daarbij dat ze wolkjes maakte. In theorie klopt dat vermoedelijk, maar bijzonder was het wel.

Wolkjes maken

In datzelfde smalle straatje stond een elektriciteitshuisje. Ik herinnerde me hoe we daar bovenop klommen om ons er vervolgens achterwaarts vanaf te laten vallen in de dichte struiken eronder. Het woord dwarslaesie hadden we nog nooit van gehoord. Soms kreeg er wel iemand een wat minder buigzame tak in z'n rug maar zolang je dat zelf niet was droeg dat alleen maar bij aan de pret.

Dit verhaal heeft verder geen moraal of zo. Het spijt me als je daar wel op rekende.

Maar nu raak ik weer afgeleid, want ik ging het hebben over Bonita Avenue: erg goed boek.